Eind jaren ‘50
Eind van de jaren ‘50 is er tekort ontstaan aan de mensen die destijds het Nederland van nu moesten helpen met opbouwen; na zware verliezen door de Tweede Wereldoorlog. Alles was vernield, er waren slecht begaanbare wegen, vernielde steden, vele slachtoffers als gevolg van de oorlog. De Marshallhulp liet niet al te lang op zich wachten. Door de Verenigde Staten van Amerika gestrekte hand konden de Oost- en Centraal-Europese beschikken over de middelen om weer te beginnen met wederopbouw. Naast de door de Verenigde Staten van Amerika beschikbaar gestelde middelen was er ook mankracht nodig om de plannen uit te kunnen voeren. En vooral voor deze plannen waren er arbeiders nodig, die niet in Nederland te vinden waren. Vanaf dat moment heeft Nederland ook kennis kunnen maken met de gastarbeiders.
Gastarbeiders, van wie men ervan uitging dat deze groep arbeiders na het klaren van de klussen in Nederland, zo snel mogelijk terug zouden keren naar hen geliefden in het land van herkomst. Ondertussen werden de gastarbeiders gezien als de oplossing voor het opvullen van de ontstane vacatures voor het lage niveau van de beroepsbevolking en eventueel ook de maatschappij.
In de periode waarin de gastarbeiders in Nederland verbleven, waren diens omstandigheden alles behalve prima. Zo moesten zij een kamer delen met meer dan tien medegastarbeiders en de werktijden erg lang. Daarnaast waren zij ook goedkoop waardoor de kosten voor de wederopbouw al niet te hoog kon uitpakken. Dit werd door de gastarbeiders weer gezien als een voordeel, zowel voor hen als voor de Nederlandse samenleving. Namelijk zagen de gastarbeiders in het wederopbouwproces voordelen in waardoor zij in Nederland, uiteraard tegen lage kosten, konden blijven werken. Dit betekende voor hen werkgelegenheid, zekerheid, een reden om Nederland te verruilen voor de liefde voor het vaderland en de achterblijvende familieleden.
Dit laatste bleek echter van korte duur te zijn. Waar men nog ervan uitging dat de gastarbeiders, eigenlijk zegt de naam al, weer snel terugzullen keren naar het vaderland, hebben deze mensen gekozen voor langdurig verblijf in Nederland. De problemen zijn dan ook vanaf dit moment echt begonnen.
Begin van de problemen
De gastarbeiders hebben massaal hun familieleden naar Nederland gebracht, in plaats van zelf te emigreren naar het land van aankomst. Het begon met de partner, daarna volgden de kinderen, dan de broers of zussen en uiteindelijk zijn de vaders de hekkensluiter geworden. Niets vermoedend zijn deze mensen begonnen aan een nieuw proces: groepsvorming en het installeren van achterstanden. De gastarbeiders spraken al geen Nederlands en mensen die al konden, waren met moeite te begrijpen door hen gebrekkig Nederlands.
Naast de taalproblemen hebben deze mensen, hoewel zij de familieleden naast zich hadden, met de dag heimwee gekregen naar het land van aankomst. Door worteling in de Nederlandse bodem was er geen mogelijk om terug te keren waardoor men op zoek ging naar eigen soort. Hierdoor ontstond kortweg concentratie van de bevolkingsgroepen, en de taalproblemen samen met cultuurverschillen tussen de gastarbeiders en de Nederlanders zorgden ervoor dat de verwachtingen binnen jaren ‘60; waarin men ervan uitging dat de komst van gastarbeiders een oplossing voor zowel de economie als de cultuur had kunnen worden; een mislukking was.
Naast de verschillen tussen de culturen en de taalproblemen van de eerste generatie gastarbeiders, hebben de kinderen van de gastarbeiders niet al te lang op zich laten wachten met ontdekkingen van hen problemen. Doordat de migranten massaal elkaar op gingen zoeken en er thuis alle talen behalve Nederlands gesproken werd, was onvermijdelijk dat deze kinderen ook slachtoffer werden van de daden van hun ouders. Er kunnen verscheidene redenen zijn voor de achterstanden, zoals onvoldoende beschikbare middelen voor het leren van taal en integreren in de samenleving, gebrek aan tijd van de ouders voor de opvoeding van hun kinderen. De belangrijkste reden is, zoals ik eerder vermeld heb, dat de eerste generatie gastarbeiders op zoek gingen naar eigen soort en zich gesloten hielden van de rest van de samenleving, met diens fatale gevolgen wat langzaam maar zeker zichtbaar begint te worden.
Begin 21ste Eeuw
Naarmate de tijd verstreken is, dermate de ontwikkelingen in het integratieproces veranderd is, al dan niet met al te grote verschillen. Zagen wij vanaf de jaren ‘60 dat de gastarbeiders zich bescheiden hielden en vrijwel geheel ongeschoold deelnamen aan de arbeidsmarkt, kon de derde generatie zich onderscheiden van de eerste generatie.
Terwijl de eerste generatie er nauwelijks tot geen Nederlands spraken, zien wij op dit moment dat de nieuwe generatie nieuwkomers meer gedreven zijn. Zij willen meer. Zij tonen de wil om deel te nemen aan de samenleving, grotendeels met behoud van eigen taal en cultuur, eigen normen en waarden en dezelfde heimwee naar het land van herkomst van de ouders. Dit brengt met zich mee dat deze generatie allochtonen onbewust achterstand oplopen ten aanzien van de Nederlandse samenleving.
Daarnaast kan ik constateren dat de nieuwste generatie niet meer denkt terug te keren naar het land van herkomst van de eerste generatie. Zij kiezen voor verder te studeren, nemen geen genoegen met arbeiderschap maar tonen hogere ambities. Soms zijn deze ambities zo hoog dat zij zich verslikken in de ambitie; omdat de sociale omstandigheden, naast de algemene ontwikkeling, taalachterstanden en cultuurverschillen, een rem zetten op deze ambities. Culturele achtergrond speelt uiteraard een belangrijke rol voor de samenleving. Cultuur is namelijk niet alleen loyaal blijven aan je eigen vaderlandse geschiedenis, maar ook het waarnemen van andermans normen en waarden, respecteren en accepteren van andermans geloof, sekse, ideeën en wijze van denken en handelen, met inachtneming van de in dit land geldende wetten en regels tesamen met de in de maatschappij beaamde verkeersopvattingen.
Vrijheid van meningsuiting
Een van groot belang onderdeel voor de opbouw van de samenleving is vrijheid van meningsuiting. Zoals er in de Grondwet geregeld is, is ieder mens vrij zijn/haar mening te uiten, zonder de wederpartij te kwetsen. Natuurlijk dient men daar ook rekening te houden. In de loop van de jaren zijn de normen en waarden veranderd waardoor de beperking van vrijheid van meningsuiting ook ondenkbaar is geworden. Dit is een zegen.
Thans, dit had een zegen moeten zijn. Wanneer men een kritische blik worp op een belangrijk onderwerp dat voor zowel de maatschappij als het individu een grote rol speelde, leek dit voor de bepaalde doelgroepen onverdraaglijk te zijn. Dit bracht met zich mee dat er een cultuurconflict ontstond. Dit gebeurde ook: namelijk na de film van Theo van Gogh, waarin hij zijn kritiek velde over de profeet Mohammed. De ophef onder de islamitische gemeenschap was zo groot, dat de filmmaker van Gogh op een klare dag in de hoofdstad wordt vermoord. Hierdoor wordt de afstand tussen de bevolkingsgroepen alleen maar groter en in plaats dialoog kiest men voor vooroordelen en scherper wordende toon tegenover elkaar.
Hoewel de bevolkingsgroepen gekwetst voelen, is de schade voor sociaal-maatschappelijke vlak niet gering. In plaats van integreren kiest men voor afstand van elkaar en teruggang naar de jaren ‘60 tot ‘80 waar ’soort zijn eigen soort zoekt’. Dit doordat de gelovigen zich beroepen op vrijheid van geloven in Allah of God aan de ene kant, aan de andere kant de vrijdenkende kritische burger waar vrijheid van meningsuiting een belangrijke rol spelen.
.
Bevolkingsgroepen
Ondertussen kunnen wij ons afvragen of het zo slecht gaat met het integratieproces? Het antwoord hierop is niet even gemakkelijk te geven. Echter zien wij, zoals ik in mijn verhaal betoogde, dat de nieuwe generatie steeds beter doen op de arbeidsmarkt, op sociaal-maatschappelijke vlakte en het onderwijs. Zo zien wij dat de nieuwste generatie op zoek gaan naar uitdagingen voor het ontwikkelen van zichzelf.
Toen ik me enkele weken geleden afvroeg waar de allochtone jongeren, naast hen vrije tijd te vinden zijn, ben ik erachter kunnen komen dat deze groep zich steeds meer bezig houden met de maatschappij. Zo gaat de nieuwste generatie steeds hogere eisen aan eigen opleidingsniveau stellen, werken op hoger niveau bij de overheid en het bedrijfsleven, nemen deel aan maatschappelijke debatten. Een goed teken kunnen wij denken.
Hierin speelt een kleinschalige begeleiding door ervaren personen een belangrijke rol. Een rol waar de jongeren een les van kunnen trekken en zijn voordeel mee kunnen doen. Daar zijn er ook talloze projecten voorbeeld van. Een klein voorbeeld is de Netwerkmeetings, welke georganiseerd worden door de van Turkse afkomst Tweede-Kamerlid Fatmat Koser-Kaya (D66). Hierin organiseert Koser-Kaya, zelf op jonge leeftijd geïntegreerd in de Nederlandse samenleving, voor de jongeren netwerkbijeenkomsten waar direct kennis kunnen maken met de potentiële werkgevers. Daarnaast kunnen deze jongeren tips en trucs krijgen voor succesvol deelname aan de Nederlandse samenleving.
Naast deze goedwillende generatie zijn de verschillen niet al te klein. Tegenover deze groep jongeren hebben wij ook jongeren die te kampen hebben met werkloosheid, taalachterstanden en grote drempel tot de maatschappij. Deze drempel is, al dan niet in zijn geheel, te wijten aan de jongeren en diens ouders. De jongeren hebben namelijk de beschikbare middelen om gebruik te maken om zijn/haar niveau op te kwikken, prestaties te verbeteren en te kunnen concurreren op zowel op het gebied van onderwijs, de arbeidsmarkt als culturele projecten met de leeftijdsgenoten.
Dit is een zorgwekkende constatering, omdat de jongeren kiezen voor wat op dit moment voor hen gemakkelijk lijkt te zijn: werkloosheid, uitkering en als het uit de hand loopt van straatoverlast naar grootschalige criminaliteit met diens fatale gevolgen. Fatale gevolgen voor zowel de jongeren als de maatschappij. De gevolgen voor de maatschappij zijn op den dure niet te onderschatte.
Conclusie
De wereld vraagt op alle vlakken een global thinking van de maatschappij. Dit maakt niet uit of men in Nederland, een andere Europese land of een niet-westers land woont. In de tijd waarin communicatie steeds toegankelijker wordt door moderne technologieën, kan men niet verwachten dat men zich kan onthouden van persoonlijke ontwikkeling zowel in denkwijze als handelen. Niemand mag ervan uitgaan dat de handelingen van men zonder gevolgen kan blijven.
In de tekst is ook terug te zien dat de gastarbeiders uit de jaren vanaf de jaren ‘60 gezien werden als oplossing, met verwachting dat deze mensen zich ook kunnen en zullen aanpassen aan de Nederlandse samenleving. Dit is nauwelijks tot geheel niet gelukt. Daarna is men gaan hopen dat de nieuwste generatie (generatie Y) zich zijn verantwoordelijkheden binnen de maatschappij zouden kennen. Hoewel de nieuwste op zoek gaat naar nieuwe uitdagingen, hogere eisen voor zichzelf, zijn deze pogingen niet el te succesvol. Dit brengt met zich mee dat het integratie, met inachtneming van de nieuwste generatie, in plaats van een succesconcept een lastenpost dreigt te worden voor de samenleving. Dit moeten wij voorkomen.
Door het creëren van groeperingen binnen de samenleving en alleen maar op zoek te gaan naar eigen soort mensen, afstand te nemen van de rest van de samenleving, te denken in dogma’s en eigen verantwoordelijkheden te ontkennen, zullen de integratieproblemen alleen maar groter worden, met diens fatale gevolgen. Dit zal met zich meebrengen dat segregatie niet te vermijden zal worden, waar wit bij wit en zwart bij zwart gegroepeerd getoond zal worden. Dit geeft ook aan dat het integratieproces, waar vroeger men sprak van het onderwerp, nu over is gegaan naar het lijdend voorwerp ideologie.
De problemen met de integratie is al groot. Het is zo groot dat noch de burger noch de politieke partijen durven oplossingen voor te zoeken. Mensen wie al oplossingen lijken te vinden willen het probleem grondig aanpakken door de eisen voor integratie te verscherpen (niet verkeerd mits in lijn met de Europese wetgeving), of kiezen voor schoon schip (weg met de buitenlanders, want Nederland is vol en VOL=VOL). Dit geeft aan hoe heftig de discussie over integratie is. Dit zien wij ook terug in partijprogramma’s van de meeste grote politieke partijen waar men overgaat van gematigde toon naar nationalistische vaderlands liefde, ontslag van verantwoordelijke minister wegens mislukte pogingen voor het bij elkaar brengen van bevolkingsgroepen in Nederland, onder andere door het instellen van naar zich genoemde probleemwijken, koffiebezoeken met de wijkbewoners, in plaats van effectieve maatregelen als het betrekking van het probleem zelf.
Hierin heb ik van mening dat integratie een lange weg te gaan heeft. Men dient tijd en geduld te hebben en ervan bewust zijn dat integratie niet van een kant komt (maakt niet uit van welke van u het bekijkt), maar wederzijds is. Mensen moeten niet alleen uit zijn op de rechten, maar ook bewust zijn van de individuele plichten jegens zichzelf, omgeving en de maatschappij.
Een bijdrage van Güven Erkaslan, Voorzitter Jonge Democraten afdeling Arnhem-Nijmegen.